Boete wegens onvoldoende opleidingsinspanningen terugvorderen ?

4 november 2014 | Verplichtingen Werkgever

  • In het interprofessioneel akkoord 1999-2000 kwamen de sociale partners overeen bijkomende opleidingsinspanningen te leveren met als doel over een periode van zes jaar te komen tot een inspanning van 1,9 procent van de totale loonmassa van de gehele economie.
  • In 2005 koppelde het Generatiepact hieraan een sanctiemechanisme: wanneer de globale inspanningen inzake opleiding van alle werkgevers die ressorteren onder de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités samen niet minstens 1,9 % van de totale loonmassa van die ondernemingen bedragen, geldt voor de ondernemingen behorend tot de sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren, een bijkomende werkgeversbijdrage voor de financiering van het educatief verlof van 0,05 %.
  • Een sector wordt beschouwd als “sector die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseert” wanneer in het jaar waarop de meting van de globale inspanning van 1,9 % betrekking heeft, geen collectieve arbeidsovereenkomst inzake bijkomende opleidingsinspanningen van kracht is die jaarlijks de inspanning met 0,1 procentpunten verhoogt of die voorziet in een jaarlijkse toename van de participatiegraad aan vorming en opleiding met minstens 5 procentpunten.
  • In 2012 (Programmawet van 29 maart 2012) werd aangekondigd dat deze regelgeving zou worden aangepast als volgt:
    • Optrekken van de bijdrage van 0,05 naar 0,15 % van de totale loonmassa van de onderneming
    • De sanctie zou worden toegepast op sectoren die geen CAO hebben afgesloten én op sectoren die een CAO hebben afgesloten, maar die de doelstellingen niet gehaald hebben
    • Ondernemingen die individueel de doelstellingen wel bereiken, zouden vanaf 2013 vrijgesteld zijn van de sanctie

Het KB dat deze wijzigingen in werking moest laten treden is echter nooit gepubliceerd.

 

  • In haar arrest van 23 oktober 2014 oordeelde het Grondwettelijk Hof over dit sanctiemechanisme:

“het kan niet dat het financiële sanctiemechanisme bestaande in een bijkomende bijdrage van 0,05 % van het loon ook toegepast wordt op een werkgever die tot een sector behoort waar geen cao bestaat die voorziet in bijkomende opleidingsinspanningen, maar die zelf individueel voldoende inspanningen op dat vlak heeft geleverd.”

Werkgevers die zich in de hierboven geschetste situatie bevonden in de voorbije jaren, kunnen op basis van het arrest van het Grondwettelijk Hof de betaalde bijkomende RSZ-bijdrage terugvorderen. Zij zijn die bijdrage niet meer verschuldigd voor de jaren waarin zij in de toekomst voldoende opleidingsinspanningen leveren.

Pin It on Pinterest