Komt er een hervorming van de jaarlijkse vakantiewetgeving? Een wetsvoorstel van N-VA gaat alvast die richting uit.
De jaarlijkse vakantie is een vaste waarde in het Belgische arbeidsrecht, maar tegelijk één van de meest complexe regelgevingen:
- aparte systemen naargelang statuut (arbeider – bediende – ambtenaar),
- een knip tussen prestaties en opname (vakantiedienstjaar versus vakantiejaar),
- ingewikkelde afrekeningen bij een wijziging van werkregime of werkgever.
Zo complex dat HR-professionals vaak twee dagen opleiding nodig hebben om alles onder de knie te krijgen.
De N-VA wil daar verandering in brengen en diende een wetsvoorstel in om de regels te vereenvoudigen en te moderniseren. Maar wat staat er precies in? En wat betekent dit voor HR-professionals en werkgevers?
Let op, dit voorstel is niet nieuw. Tijdens de vorige regeerperiode lag al een gelijkaardige tekst voor gedateerd op 28 februari 2023 (55/3191). Op 3 juli 2023 bracht de Raad van State hierover al een advies uit dat we meenemen in onderstaand bericht.
LUIK 1 – Geen onderscheid meer tussen arbeiders en bedienden
Het debat rond het eenheidsstatuut in 2012-2013 raakte al aan de verschillen in jaarlijkse vakantie, maar een echte harmonisering kwam er toen niet.
- Vandaag: arbeiders krijgen hun vakantiegeld via de vakantiekas, berekend op het loon van het voorgaande jaar. Bedienden ontvangen hun vakantiegeld rechtstreeks van de werkgever, op basis van het lopende loon.
- Gevolg: voor arbeiders lijkt vakantie onbetaald, omdat het vakantiegeld in één keer wordt uitbetaald ongeacht het moment van opname van de vakantie.
Is er dan geen enkel verschil in het voordeel van de arbeider? Toch wel! Het vakantiegeld van een arbeider wordt berekend op het brutoloon van het vorige jaar, inclusief eindejaarspremie. Dat is niet zo voor een bediende. Voor bedienden een regeling uitwerken waarbij zij ook vakantiegeld zouden krijgen op hun eindejaarspremie, ging tijdens de onderhandelingen van het “eenheidsstatuut” een brug te ver voor de werkgevers.
Wat verandert er?
De verschillen in jaarlijkse vakantie tussen arbeiders en bedienden konden 10 jaar geleden niet worden weggewerkt. Het voorstel wil dit onderscheid nu toch wegwerken: enkel én dubbel vakantiegeld zouden voortaan door de werkgever betaald worden, voor alle werknemers. Het bedrag en de modaliteiten moeten nog door de Koning vastgelegd worden, na advies van de Nationale Arbeidsraad (NAR).
Gevolg
Als de werkgever vakantiegeld voor iedereen uitbetaalt, worden de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) en de vakantiekassen overbodig.
De Raad van State waarschuwt echter: de RJV doet méér dan enkel vakantiegeld uitbetalen. Ze heeft ook toezichtstaken, adviesbevoegdheden en een rol in sociaal toerisme. Een volledige afschaffing vraagt dus bijkomende maatregelen.
LUIK 2 – Opbouw van vakantie in het lopende jaar
Vandaag bouw je vakantie op in een vakantiedienstjaar (het vorige kalenderjaar), die je pas kan opnemen in het daaropvolgende vakantiejaar.
Het voorstel maakt hier komaf mee: vakantie wordt opgebouwd in het lopende jaar. Dat sluit beter aan bij de Europese richtlijn en maakt het systeem logischer voor starters en jobwisselaars.
Opmerkelijk: de begrippen “vakantiedienstjaar” en “vakantiejaar” blijven behouden in de tekst, hoewel ze hun relevantie verliezen. Onze boodschap aan de wetgever: vereenvoudigen betekent ook verouderde begrippen schrappen.
Gevolg
“Lapmiddel-systemen” om niet opgebouwde vakantierechten toch toe te kennen zoals jeugdvakantie, seniorvakantie en Europese aanvullende vakantie zouden overbodig worden.
Wat blijft nog onduidelijk?
Hoewel de richting helder is, blijven veel details voorlopig open:
- Uitvoeringsbesluiten: de wetgever legt het kader vast, maar schuift de praktische uitwerking door naar de Koning, al dan niet na overleg met de Nationale Arbeidsraad (NAR).
- Overgangsperiode: er is voorzien dat de invoering tot 24 maanden kan worden uitgesteld om alles werkbaar te maken. De Raad van State adviseerde eerder al dat ook een aantal duidelijke overgangsmaatregelen wenselijk zouden zijn.
Met andere woorden: duidelijk einddoel, maar nog geen duidelijk pad.
Dat viel ook de Raad van State op die in haar advies bij het eerder wetsvoorstel meegaf:
“de wetgever kan zich er bij het bepalen van het “onderwerp” van een te waarborgen sociaal, economisch of cultureel grondrecht niet toe beperken het zonder meer aan de regering over te laten om de draagwijdte, de toekenningsvoorwaarden en het personele toepassingsgebied van deze rechten te bepalen”
Wat betekent dit voor HR-professionals?
Voorlopig: nog niets concreets.
Het wetsvoorstel zet de lijnen uit naar een eenvoudiger en moderner systeem, maar de praktijk zal afhangen van de uitvoeringsbesluiten. Tot die tijd is het voor HR-professionals belangrijk om:
- de huidige regels volledig te beheersen,
- de toekomstige ontwikkelingen nauwgezet op te volgen.
👉 In onze ééndaagse opleiding “Jaarlijkse vakantie” behandelen we de volledige wetgeving – inclusief dit wetsvoorstel en de adviezen van de Raad van State. Compact, praktisch en meteen toepasbaar.
OPLEIDING VOLGEN OVER DIT THEMA?
OPLEIDING JAARLIJKSE VAKANTIE
Jaarlijkse vakantie juridisch correct toegepast en met overzicht doorheen het jaar: vakantierechten, vakantiegeld, afrekeningen, enz.



