Drie wetten, 29 beschermde criteria
Dat discriminatie uit den boze is, weten we allemaal. Maar hoe zit dat precies wanneer de discriminatie plaatsvindt binnen de arbeidsrelatie? België telt maar liefst drie federale antidiscriminatiewetten, elk met hun eigen beschermde criteria. Vanaf 1 september 2026 treedt bovendien het nieuwe Strafwetboek in werking, dat deze materie herschikt. In dit eerste deel zetten we de drie wetten en hun 29 criteria op een rijtje. In deel 2 bekijken we wat er strafrechtelijk verandert voor werkgevers.
1. De Antiracismewet (ARW)
Wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden
Beschermde criteria:
- zogenaamd ras
- huidskleur
- afkomst
- nationale of etnische afstamming
- nationaliteit
2. De Antidiscriminatiewet (AdW)
Wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie
Beschermde criteria:
- burgerlijke staat
- geboorte
- leeftijd
- vermogen
- geloof of levensbeschouwing
- gezondheidstoestand
- handicap
- taal
- politieke overtuiging
- syndicale overtuiging
- fysieke of genetische eigenschap
- sociale afkomst of toestand
- seksuele oriëntatie
3. De Genderwet (GW)
Wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen
Beschermde criteria:
- geslacht
- zwangerschap
- bevalling
- het geven van borstvoeding
- medisch begeleide voortplanting
- moederschap
- gezinsverantwoordelijkheden
- medische of sociale transitie
- genderidentiteit
- genderexpressie
- seksekenmerken
Eén gemeenschappelijk kader: artikel 249 van het nieuwe Strafwetboek
Vanaf 1 september 2026 treedt Boek 2, hoofdstuk 7 van het nieuwe Strafwetboek in werking. Dat hoofdstuk consolideert de bestaande strafbepalingen van de drie wetten in één gemeenschappelijk kader. Artikel 249 vormt daarbij het definitie-artikel:
Art. 249. Definitie van discriminatie Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder discriminatie verstaan elke vorm van directe opzettelijke discriminatie, indirecte opzettelijke discriminatie, opdracht tot discriminatie, intimidatie of seksuele intimidatie op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in het tweede lid, alsook de weigering om redelijke aanpassingen te treffen ten voordele van een persoon met een handicap.
De beschermde criteria zijn: zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, nationaliteit, geslacht, zwangerschap, bevalling, het geven van borstvoeding, medisch begeleide voortplanting, moederschap, gezinsverantwoordelijkheden, medische of sociale transitie, genderidentiteit, genderexpressie, seksekenmerken, seksuele oriëntatie, burgerlijke staat, geboorte, leeftijd, vermogen, geloof of levensbeschouwing, gezondheidstoestand, handicap, taal, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst of toestand, ongeacht of dit criterium daadwerkelijk aanwezig is of slechts vermeend is door de dader.
Deze beschermde criteria kunnen werkelijke of vermeende, eigen of bij associatie toegekende beschermde criteria zijn, en kunnen alleenstaand zijn, of worden gecombineerd met een of meer van de beschermde criteria bedoeld in het tweede lid.
Tel de criteria van de drie wetten op — 5 uit de Antiracismewet, 11 uit de Genderwet en 13 uit de Antidiscriminatiewet — en je komt uit op precies de 29 criteria die artikel 249 opsomt. Er verdwijnt dus geen enkele grond, en er wordt evenmin een nieuwe grond toegevoegd.
Conclusie
Alle criteria zijn overgenomen in het nieuwe Strafwetboek.
Dat lijkt een formaliteit, maar is het niet: in deel 2 leggen we uit waarom dit voor werkgevers een fundamentele wijziging betekent, precies omdat tot op vandaag niet elk van de 29 criteria in de arbeidsrelatie ook strafrechtelijk beschermd was.
- Wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenophobie ingegeven daden
- Wet 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie
- Wet 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen
- Cao 95
- Nieuw strafwetboek – Boek II
- Lexicon discriminatie Unia




