Sinds 1 maart 2026 geldt een belangrijke uitbreiding van het recht op werkloosheid: werknemers die er zelf voor kiezen hun werk te verlaten (al dan niet met onderling akkoord) kunnen mits naleving van een aantal voorwaarden eenmalig toch aanspraak kunnen maken op werkloosheidsuitkering. Dit nieuwe stelsel wordt de trampolinepremie of parachute genoemd omdat het werknemers de mogelijkheid geeft om zelf hun tewerkstelling te beëindigen met toch de garantie van een sociaal vangnet: werkloosheidsuitkeringen.

De voorwaarden in een notendop: 

1. Arbeidsovereenkomst geëindigd na 28 februari 2026

2. Beroepsverleden van minstens 3.120 arbeids- en gelijkgestelde dagen (10 jaar)

3. Aanvraag WN: binnen 30 dagen na kennisname brief mededeling weigering werkloosheid

4. Eenmalig & onherroepelijk

Duurtijd uitkering: 6 maanden  (+ 6 maanden als opleiding knelpuntberoep tijdens eerste 3 maanden)

Waarom deze maatregel?

De overheid wil met dit nieuwe systeem vermijden dat werknemers “vastzitten” in een job waar ze eigenlijk weg willen, maar blijven om financiële redenen.

➡️ Wie tegen zijn zin bij een werkgever blijft hangen, loopt een hoger risico op stress, burn-out of langdurige uitval.
➡️ Die werknemers belanden uiteindelijk ook ten laste van de sociale zekerheid via ziekte-uitkeringen, die vaak langer en duurder zijn dan een tijdelijke werkloosheidsperiode.

Met de trampolinepremie/parachute krijgt de werknemer meer autonomie om een loopbaanswitch te maken of zich om te scholen naar een knelpuntberoep, terwijl de overheid tegelijk maatschappelijke kosten beheerst.

Het idee: liever een gecontroleerde, tijdelijke werkloosheidsuitkering (6 maanden) dan een langdurige afwezigheid wegens ziekte.

Hoe werkte het tot nu toe?

Betekent dit dat werknemers voor 1 maart 2026 aan hun lot werden overgelaten? Neen. Er bestaan vandaag al verschillende mogelijkheden voor wie zich wil bijscholen of heroriënteren:

  • Bijscholing of omscholing kan via het bestaande stelsel van gemotiveerd tijdskrediet. Werknemers kunnen hun arbeidsprestaties verminderen – zelfs tot 100% – om opleidingen te volgen. Ook het educatief verlof (in Vlaanderen: Vlaams Opleidingsverlof) biedt ruimte om binnen een bestaande arbeidsrelatie bij te scholen.

  • Ander werk zoeken kan in principe ook naast de huidige job. Daar heb je de trampolinepremie niet voor nodig.

Maar in de praktijk blijkt het vaak moeilijk om een intensieve job te combineren met nadenken over de toekomst én actief solliciteren.

👉 Precies daar kan de trampolinepremie het verschil maken: ze creëert tijdelijk de ruimte en financiële adem om in alle rust de juiste keuzes te maken voor de volgende stap in de loopbaan.

Link met ziekte-uitkeringen

Al een aantal jaren staat een gelijkaardige maatregel op de agenda van minister Vandenbroucke: de arbeidsparticipatietoeslag (APT).

Als je de werkzaamheidsgraad omhoog wil krijgen, moet je niet enkel de werkloosheid aanpakken, maar ook de uitval in ziekte. Wie vandaag om medische reden even wat rustiger aan wil doen, moet eerst uitvallen in ziekte om vervolgens als medisch deeltijdse het werk te kunnen hervatten.

Met de arbeidsparticipatietoeslag (APT) wil de overheid werknemers de mogelijkheid geven om tijdelijk deeltijds te gaan werken om medische reden, zonder dat ze eerst moeten uitvallen wegens ziekte.

Deze maatregel maakt het mogelijk om vroegtijdig signalen van mogelijke uitval te detecteren, waardoor gepaste interventies
mogelijk zijn. Via ander werk, tijdelijke vermindering van arbeidstijd of flexibele werkvormen een werkhervatting
of langdurige uitval worden vermeden. Studies tonen namelijk aan dat, eens iemand de arbeidsmarkt heeft verlaten, de terugkeer zeer moeilijk verloopt. Personen die op de arbeidsmarkt blijven, kunnen vanuit die positie makkelijker zich heroriënteren. (Kamerdocument 56 0854/033)

Momenteel bepaalt artikel 52bis:

“§ 1. De werknemer kan uitgesloten worden van het genot van de uitkeringen gedurende ten minste 4 weken en ten hoogste 52 weken indien hij werkloos is of wordt in de zin van artikel 51, § 1, tweede lid, ten gevolge van :

1° een werkverlating; (…)

Deze bepaling wordt aangevuld:

  “De beslissing tot uitsluiting voorzien in het eerste lid, 1°, kan, op vraag van de werknemer eenmalig worden vervangen door een beperking van het recht op uitkeringen. De werknemer moet daartoe op het ogenblik van de werkverlating een beroepsverleden van minstens 3120 arbeidsdagen en gelijkgestelde dagen aantonen. De beperking van het recht bestaat erin dat de werknemer enkel nog gedurende een periode van maximaal zes maanden, te rekenen vanaf de datum waarop na de werkverlating het recht op uitkeringen wordt gevraagd, het recht op de uitkeringen behoudt. (…)

  Voor de werkloze die gedurende de eerste drie maanden van de periode waarvoor de uitkeringen in toepassing van het voorgaande lid werden toegekend, een opleiding in een knelpuntberoep heeft aangevat, en onder de voorwaarde dat deze opleiding succesvol wordt voleindigd, wordt het recht op uitkeringen éénmalig met maximaal zes maanden verlengd. (…)

  De in het tweede lid bedoelde vraag is onherroepelijk en dient door het werkloosheidsbureau te worden ontvangen binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag volgend op de dag waarop de beslissing tot uitsluiting in toepassing van het eerste lid, 1°, in toepassing van artikel 146, vierde lid, 1°, ter kennis van de werkloze is gebracht.”;

Meer weten?

Ontdek onze praktijkgerichte opleidingen.