Iedereen is gelijk voor de wet

Althans, zo staat het in de Grondwet:

Er is in de Staat geen onderscheid van standen.
  De Belgen zijn gelijk voor de wet; (…)”

En toch moeten we vaststellen dat de wetgeving het voor een aantal “zwakkere” contractspartijen opneemt. De werknemer, de huurder en de consument worden extra beschermd tegen het overgewicht van respectievelijk de werkgever, de verhuurder en de handelaar.

De hiërarchische verhouding in de arbeidsrelatie

In de Grondwet staat dat iedereen gelijk is voor de wet en als dat in de Grondwet staat, dan is dat ook zo. Concreet betekent het grondwettelijk gelijkheids- en non discriminatiebeginsel dat je geen onderscheid mag maken tussen gelijken. En daar zit juist de verantwoording van de groter bescherming voor de werknemer.

De wetgever gaat ervan uit dat werknemer en werkgever geen gelijken zijn. Er is een hiërarchische gezagsrelatie. De werknemer werkt in ondergeschikt verband en moet de instructies van de werkgever opvolgen.

 

Het is deze mogelijks kwetsbare positie die verklaart waarom de wetgever een aantal beschermingsmechanismen ten voordele van de werknemer heeft ingebouwd. Ontslagbescherming, beperking van het aantal opeenvolgende contracten van bepaalde duur, verplichting om in bepaalde situaties een schriftelijke arbeidsovereenkomst af te sluiten, wettelijk gegarandeerd behoud van rechten bij overname van ondernemingen,…

De wetgeving voorziet in een aantal rechten en plichten voor de werknemer en als werkgever kunnen we daar niet zomaar van afwijken. Zo is het onmogelijk om contractueel af te wijken van de bescherming die de Arbeidsovereenkomstenwet in het leven heeft geroepen:

“Alle met de bepalingen van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten strijdige bedingen zijn nietig voor zover zij ertoe strekken de rechten van de werknemer in te korten of zijn verplichtingen te verzwaren”.

Een eenvoudige clausule met erg grote impact. Zo kan je niet zomaar overeenkomen dat de werknemer bepaalde vergoedingen moet betalen als hij de onderneming verlaat, omdat dit kan beschouwd worden als een inkorting van het recht van de werknemer om de arbeidsovereenkomst te beëindigen.

Daarnaast is er ook de “hiërarchie van rechtsbronnen”. Kort door de bocht wordt deze wel eens omschreven als het principe dat een lagere rechtsbron (bv. de arbeidsovereenkomst) de hogere rechtsbron (bv. een wet of cao) moet respecteren.

Zo kan je contractueel niet overeenkomen dat de werknemer betaald zal worden onder het Gemiddeld gewaarborgd minimum maandinkomen (GGMMI) en is ook een contractuele afspraak dat de werkneer 60u per week zal werken nietig wegens strijdig met de in de Arbeidswet vastgestelde maximale wekelijkse arbeidsduur.

 

Mogelijks een beetje frustrerend, maar als werkgever zal je nu en dan tegen die bescherming van de werknemer botsen en het gevoel krijgen dat niet iedereen gelijk is voor de wet. Als sommige werknemers zich hierdoor onaantastbaar gaan wanen komt dat de sociale relaties absoluut niet ten goede. Zoals zo vaak is het ook hier zoeken naar een gezond evenwicht met respect voor elkaar.

Meer weten over de rechten en plichten van de werknemers en de werking van de rechtsbronnen?

Opleiding rechtsbronnen voor HR

Maak je klaar om je een volledige dag (9:00-17:00) onder te dompelen in de fascinerende wereld van juridische bronnen en je innerlijke arbeidsrecht goeroe los te laten. In deze masterclass ontrafelen we de mysteries rond de hiërarchie van rechtsbronnen en leren we je hoe je hiermee aan de slag kan gaan. Je leert de bronnen van het arbeidsrecht beter te begrijpen en kan ermee aan de slag om ze te optimaliseren.

Ook het sociaal overleg wordt toegelicht en de manier waarop collectieve arbeidsovereenkomsten tot stand komen. Lees meer…

 595,00 excl. btw

Pin It on Pinterest